Scheid de vraag van de stukken
Begin met het materiaal ‘Aanvraagtekst en intakeagenda’. Schrijf er de herkomst, de beschikbare versie en de datum van de beslissing naast. Als een onderdeel alleen mondeling bekend is, vermeld je wie het kan bevestigen. Zo ontstaat een bruikbaar onderscheid tussen iets dat al in het dossier staat en een verwachting die nog besproken moet worden.
Het werkproduct voor deze stap is ‘Startpuntnotitie’. Zet daarin één open punt apart. In deze casus is dat ‘Wil de bezoeker algemene informatie of nu een specifiek traject verkennen?’. Schrijf bij het punt wat je nog nodig hebt om erover te beslissen. Een bron, concrete waarneming of aangewezen verantwoordelijke maakt de vervolgstap beter uitvoerbaar dan een algemene afspraak om later opnieuw te kijken.
De twee condities in het werkblad
Standaardpresentatie komt uit op 3 minuten. Bij eerst de aanleiding bespreken staat 9 minuten. Het verschil bedraagt 6 minuten in opwaartse richting. Bij het inventariseren helpt dit paar om te controleren of ‘Aanvraagtekst en intakeagenda’ wel beide condities beschrijft. Ontbreekt één kant, dan hoort die beperking in ‘Startpuntnotitie’.
Open voor de inventarisatie een werkregel met als opschrift «Lees de oorspronkelijke aanvraag». Registreer bij «Standaardpresentatie» de waarde 3 minuten. Registreer 9 minuten op een afzonderlijke regel voor «Eerst de aanleiding bespreken». Zet naast beide de herkomst, datum en afbakening. Het bewijsstuk voor je eigen bewerking is Aanvraagtekst en intakeagenda. Komt het benodigde gegeven alleen in een gesprek ter sprake, laat de aangewezen gesprekspartner het dan bevestigen voordat je de regel als gecontroleerd markeert. De bedragen of tellingen in deze oefening horen bij het gekozen voorbeeld.
Van uitwerking naar beslissing
Neem ‘Vraag wat iemand al weet’ pas op nadat duidelijk is welke informatie daarvoor beschikbaar is. Gebruik je inventaris als overdracht. Zet bij ‘Startpuntnotitie’ de naam van de verantwoordelijke, de nog ontbrekende bron en het moment waarop je het punt opnieuw beoordeelt.
Geef beide gesprekspartners ruimte om hun eigen verwachtingen te toetsen. Het gaat om zelfstandig ondernemerschap. Bij de vraag ‘Lees de oorspronkelijke aanvraag’ helpt het om één toetsbare zin te noteren over eerste gesprek zonder gedeelde aanleiding. Vermeld welke informatie je gebruikt en welke afspraak nog ontbreekt. Een collega kan dan zien welke vervolghandeling logisch is zonder de hele aanleiding opnieuw te reconstrueren.
Controleer je notitie aan de hand van een praktisch tegenvoorbeeld. Stel dat ‘Aanvraagtekst en intakeagenda’ later wordt bijgewerkt. Welke uitspraak over lees de oorspronkelijke aanvraag zou je dan opnieuw moeten toetsen? Schrijf op wat de wijziging betekent voor intakespecialist en wie daarover bericht moet krijgen. Dat maakt de uitwerking bruikbaar bij een volgende versie van het dossier.




