| Meetperiode | Noord-Brabant | Nederland |
|---|---|---|
| 2020 | 87.000 | 632.000 |
| 2021 | 92.000 | 678.000 |
| 2022 | 98.000 | 717.000 |
| 2023 | 99.000 | 721.000 |
| 2024 | 102.000 | 727.000 |
| 2025 | 97.000 | 725.000 |
CBS publiceert de aantallen in duizenden. Voor leesbaarheid zijn ze met duizend vermenigvuldigd. CBS StatLine 86277NED; selectie A000161, PV30.
De meetpunten voor Noord-Brabant
Het verloop in Noord-Brabant begint bij 87.000 in 2020 en bereikt 97.000 in 2025. In volgorde van de meetpunten zijn de tussenstappen +5.000, +6.000, +1.000, +3.000, -5.000 werkenden. De grootste absolute stap voor Pedagogische beroepen valt tussen 2021 (92.000) en 2022 (98.000). In deze selectie geldt 2020 met 87.000 als laagste meetpunt, en 2024 met 102.000 als hoogste. De eindwaarde ligt daarmee 5.000 onder dat maximum en 10.000 boven het minimum van Noord-Brabant.
Hoe verhoudt Pedagogische beroepen zich tot het gebied?
Van 2020 tot 2025 verschoof het totaal voor Noord-Brabant van 1.374.000 naar 1.466.000 werkenden. De verandering binnen Pedagogische beroepen was +10.000, bij een totale regionale beweging van +92.000. In 2020 kwam de categorie daarmee uit op 6,33 procent van Noord-Brabant en in 2025 op 6,62 procent. Binnen dezelfde regio heeft Transport en logistiek beroepen een bijna zo grote telling (98.000), vanuit 106.000 bij het eerste meetpunt. Sommige branchegroepen binnen de bron overlappen; deze twee categorieën zijn apart vergeleken.
Welke beroepsklassen veranderden in hetzelfde gebied?
Bij Technische & ICT beroepen in Noord-Brabant verandert de geschatte omvang tussen 2020 en 2025 van 274.000 naar 314.000 werkenden. De beweging van +40.000 is de grootste toename of de kleinste afname onder de overige opgenomen klassen. Aan het andere uiteinde gaat Creatieve, agrarische, overige beroepen van 84.000 naar 62.000 (-22.000). Voor Pedagogische beroepen zelf is het verschil +10.000 werkenden. De drie aantallen geven geen overstapstromen tussen beroepen.
Van alle Nederlandse werkenden binnen Technische & ICT beroepen woont naar schatting 16,27 procent in Noord-Brabant (314.000 op 1.930.000). Voor jouw selectie Pedagogische beroepen is dat 13,38 procent. In een kennismakingsprogramma kan Technische & ICT beroepen daarom ter sprake komen als afzonderlijke beroepsachtergrond. Of een inwoner uit Noord-Brabant de stap naar zelfstandig ondernemerschap wil zetten, vergt een eigen gesprek.
Van Noord-Brabant naar de landelijke reeks
Voor heel Nederland bedraagt Pedagogische beroepen in 2025 725.000 werkenden; in 2020 waren het er 632.000. De landelijke beweging over dat venster komt neer op +14,7%, tegenover +11,5% voor Noord-Brabant. In absolute aantallen ligt Nederland +93.000 ten opzichte van de beginmeting. Het aandeel van Noord-Brabant in de nationale reeks gaat van 13,77 naar 13,38 procent. Dat verloopt niet noodzakelijk in dezelfde richting als het aandeel van Pedagogische beroepen binnen het regionale totaal van 1.466.000.
Welke gebieden lijken op de eindstand?
Onder de 12 vergelijkbare gebieden met een positieve meetwaarde voor Pedagogische beroepen en een beschikbare beginmeting zijn er 2 met een hogere eindstand dan Noord-Brabant. De stand van 97.000 is binnen deze selectie niet gedeeld. Het dichtst in absolute aantallen komt Gelderland met 88.000, gevolgd door Noord-Holland met 125.000. Relatief aan het eigen regionale totaal lopen de andere gebieden van 6,37 procent in Zeeland tot 8,16 procent in Utrecht. Ter vergelijking staat Noord-Brabant op 6,62 procent voor Pedagogische beroepen.
Vertaal beroepservaring naar een waarneembare handeling
Vraag in een profielgesprek over Pedagogische beroepen in Noord-Brabant naar één zelfstandig genomen beslissing. Leg er een tweede herkomstprofiel naast, bijvoorbeeld Transport en logistiek beroepen, met afgerond 98.000 werkenden in Noord-Brabant. Hoe anders zag de opdracht eruit voor iemand uit dat tweede werkveld? Gebruik de vergelijking met Gelderland (88.000 bij Pedagogische beroepen) om de keuze van het gespreksgebied te bespreken. De inwonerstelling bewijst geen beschikbaarheid en is ook geen telling van banen op de werkplek.




